
Kamerlid

Besmetting van katten door het H5N1-virus
Frieda Gijbels (N-VA): Twee katten, die rondliepen op een pluimveebedrijf in Oost-Vlaanderen, zouden besmet zijn geraakt met het H5N1 virus. Dat is een primeur voor dit land en moet aanzetten tot waakzaamheid, zoals ook in het gezamenlijke persbericht van de FOD VVVL, Sciensano en FAVV werd aangegeven. Er werd in dit land weliswaar geen besmetting van mensen of van runderen vastgesteld, zoals dat in de VS wel het geval is en er werd voorlopig ook geen besmetting tussen katten of andere huisdieren onderling vastgesteld. Eerder vroeg ik al naar het nut van rioolwatermonitoring en waakzaamheid in andere veehouderijen dan pluimvee. Zo wordt door de RAG-VEZ ook aangeraden om melkstalen retrospectief te screenen op de aanwezigheid van H5N1 en raden ze de consumptie van rauwe melk af (advies april 24). Uw collega, minister Clarinval, gaf aan dat er echter geen plannen zijn om deze adviezen op te volgen. Graag stel ik u dan ook volgende bijkomende vragen: Welke adviezen worden verstrekt door de RAG met betrekking tot het H5N1 virus en waar kunnen we die vinden? Worden alle adviezen van de RAG en de RMG systematische gepubliceerd en zo ja, waar? Wiens advies was het om ratten en muizen te gaan testen op H5N1? Zou zulks ook niet kunnen via rioolwater? Op welke manier wordt er internationaal overlegd en samengewerkt m.b.t. H5N1? Worden mogelijke mutaties in circulerende stammen opgevolgd en wat is daarvan de conclusie? Is dat mee de reden van infectie van katten? Wat vindt u zelf van het advies van de RAG-VEZ met betrekking tot het testen van melkstalen en het afraden van de consumptie van rauwe melk?
Minister Frank Vandenbroucke: Op uw eerste vraag kan ik antwoorden dat de RAG geen eigen risicoanalyse heeft uitgevoerd voor de H5N1- situatie in België. Via de surveillancesystemen en de data van het Nationale Referentiecentrum evenals het Nationale Referentielabo en in nauwe samenwerking met de verschillende federale en regionale sectoren die betrokken zijn, volgen Sciensano en de RAG de situatie wel van nabij op. Voor het risico voor België baseren ze zich op de regelmatige risicoanalyses van het ECDC, dat het risico voor de algemene bevolking als laag inschat. Voor de groepen die professioneel zijn blootgesteld aan zieke dieren, schatten zij het risico in als laag tot gemiddeld. De RAG-V-EZ heeft al verschillende adviezen uitgebracht met richtlijnen voor de pluimveesector en werkt momenteel een specifieke risicoanalyse voor H5N1 uit bij katten. Alle adviezen van de RAG worden gepubliceerd op de website van Sciensano. Ten tweede, wat betreft de ratten en de muizen is het Nationale Referentielaboratorium bij Sciensano betrokken bij een Europees onderzoeksproject, One Health 4 Surveillance genaamd. Het project heeft tot doel na te gaan of het nodig is om onze lopende bewakingsprogramma’s inzake vogelgriep aan te vullen. Een onderdeel van het project is het inzamelen van knaagdieren in een beperkt aantal gemeenten om ze te onderzoeken op vogelgriep. Het is zeker niet de bedoeling dat massaal ratten en muizen worden verzameld, maar veeleer dat specifiek in gevoelige zones een kleinschalige evaluatie kan worden uitgevoerd om de relevantie van een bijkomende bewaking te evalueren. De enige instelling die momenteel bezig is met het opsporen van H5N1 op een actieve manier in het rioolwater, is het Amerikaanse CDC. Momenteel is het echter moeilijk om een onderscheid te maken tussen H5N1 van dierlijke of menselijke oorsprong. Ook is het moeilijk om te weten hoe gevoelig dergelijke testen moeten zijn. In een aantal Europese landen wordt wel bestudeerd of deze tests op punt kunnen worden gesteld. Zo is in ons land de KU Leuven bezig met het screenen van het afvalwater van Leuven op H5N1 en ontwikkelt Sciensano een test om een onderscheid te maken tussen humaan en dierlijk H5N1 in rioolwater. Dan kom ik bij uw derde vraag. Er wordt op verschillende manieren internationaal overlegd en samengewerkt met betrekking tot H5N1. Zo werkte Sciensano onlangs nog mee aan een rapport over H5N1 samen met ECDC en EFSA. Dat werd gepubliceerd in december 2024. Daarnaast genieten onze nationale referentielabo's van een sterke samenwerking binnen de EU onder leiding van Italië. Er bestaan ook verschillende bewakingsmechanismen op Europees niveau rond voedselketen, menselijk risico, dierlijk risico, milieu, gezondheid enzovoort. Specifiek binnen de context van de H5N1-epidemie die momenteel het vee in de Verenigde Staten treft, hebben verschillende Amerikaanse en Canadese agentschappen van gedachten gewisseld met het Europese Health Security Committee. Dan kom ik bij uw vierde vraag. Alle pluimvee- en zoogdierisolaten, evenals een selectie van de wilde vogelstammen die in ons land worden gedetecteerd, worden in samenwerking met het FAVV volledig gesequencet door Sciensano. Deze sequenties worden steeds gescreend op de aanwezigheid van moleculaire merkers die wijzen op een aanpassing aan zoogdieren. De kattenstammen worden momenteel gesequencet, maar voor de stam van het gelinkte pluimveebedrijf kan al vastgesteld worden dat er geen extra zoogdieradaptaties aanwezig waren. Wat betreft uw vijfde vraag, de RAG-V-EZ geeft aan dat er op dit moment geen redenen zijn om het advies met betrekking tot het testen van melkstalen en het afraden van de consumptie van rauwe melk aan te passen. Ik sluit me daarbij aan.
Frieda Gijbels (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dat de RAG geen eigen advies heeft uitgevaardigd, maar zich baseert op het advies van het ECDC. Een punt van aandacht is dat er in sommige streken in ons land toch een vrij hoge dichtheid van pluimveehouderijen is, waardoor we misschien toch extra alert moeten zijn. Ik kan me voorstellen dat dat niet in elk Europees land op dezelfde manier georganiseerd is. Daar moeten we toch wat alert voor zijn. Het is goed dat de KU Leuven en Sciensano verder aan het onderzoeken zijn wat er eventueel via rioolwater kan worden opgespoord. Ik ben benieuwd om dat verder op te volgen. Ik begrijp uw antwoord op de laatste vraag niet helemaal, want ik dacht dat de RAG-V-EZ net had gezegd dat hij adviseerde om melkstalen te testen en ook de consumptie van rauwe melk afraadde. Sluit u zich daarbij aan of heb ik het verkeerd begrepen? Dat kan ook wel zijn, maar dan moet ik het opnieuw gaan lezen.
Minister Frank Vandenbroucke: Een van ons twee heeft het verkeerd begrepen of heeft niet alle informatie. Ik moet het dus opnieuw vragen, want mijn antwoord zegt dat de RAG-V-EZ op dit moment geen redenen ziet om het advies met betrekking tot het testen van melkstalen en het afraden van consumptie aan te passen. Ik zal het nog eens checken. Mocht ik me vergissen, dan zal ik het laten weten.
Frieda Gijbels (N-VA): Dank u wel.
Bekijk het fragment: https://media.dekamer.be/meeting/56-018134-U0566/fragment/T_FHLqjMI8xcO0-b4AqjT_q51XFX5zdt5kqtzp38IoSiwejsB2iHDDSAaiIPocOieQt4-Enqt9XYFZ1U193H09wGMmfxgA4Fonc_FRqoFcJGJCv_sZQbpuyvJCgDuFu1
