
Kamerlid

De opmars van het mazelenvirus
Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, we lezen in verschillende berichten dat er in een aantal landen een echte opmars van het mazelenvirus bezig is. Dat geldt voor de Verenigde Staten, voor Europa, voor Canada en ook voor Marokko. Er worden daar steeds vaker uitbraken gemeld, vaak als gevolg van een lage vaccinatiegraad. Ook bij ons is de situatie zorgwekkend: in 2024 werden in België maar liefst 462 gevallen van mazelen geregistreerd. Volgens de laatste cijfers zou dat zelfs nog iets meer zijn, terwijl dat er in de Verenigde Staten maar 285 zouden zijn. Ondanks die uitbraken vind ik geen rapport van Sciensano dat die cijfers in ons land in detail analyseert of daarover transparant communiceert. Dat roept bij mij wel vragen op over de monitoring, de rapportering en de preventie van mazelen in België. Mijnheer de minister, waarom is er geen rapport van Sciensano terug te vinden over de mazelengevallen in 2024, en ook van eerdere jaren? Het RIVM in Nederland en het CDC in de Verenigde Staten communiceren transparanter over mazelenuitbraken. Bent u het ermee eens dat Sciensano ook frequenter en transparanter over die cijfers zou moeten rapporteren? Lijkt het u een goed idee om, zoals in andere landen, een mazelendashboard in te voeren om een beter zicht te krijgen op de besmettingshaarden? In Vlaanderen gebeurt dat trouwens wel. Kan deze informatie ook met burgers worden gedeeld, zodat zij beter van de verspreiding op de hoogte zijn? Hoe beoordeelt u de huidige vaccinatiegraad tegen mazelen in België? Ik weet dat dit een deelstaatbevoegdheid is. Denkt u dat gerichte sensibiliserings- of vaccinatiecampagnes nodig zijn om die vaccinatiegraad te verhogen? Mazelenuitbraken zijn vaak gelinkt aan internationale reizen. Hoe tracht België daar een zicht op te krijgen? Tijdens een eerdere commissievergadering gaf u aan dat Sciensano de toegevoegde waarde van afvalwatermonitoring voor infectieziekten onderzoekt, waaronder polio, RSV en influenza. Zijn er concrete plannen om de monitoring naar mazelen uit te breiden? Welke stappen zijn daar eventueel al gezet? Gezien het feit dat er geen nieuwe testen nodig zijn om dat rioolwater te monitoren, maar enkel een extra PCR-test, waarom wordt die uitbreiding vandaag nog niet in dit land toegepast?
Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw Gijbels, in antwoord op uw eerste vraag worden de epidemiologische jaarrapporten gepubliceerd na de afsluiting van het jaar. Voor het jaar 2024 is de vergelijking en de validatie van de gegevens uit verschillende bronnen momenteel in volle gang. Vervolgens vroeg u of we ons toch niet zouden laten leiden door het goede voorbeeld van Nederland om frequenter en transparanter te rapporteren. Vooreerst wordt er wel degelijk gerapporteerd over uitbraken. Via de maandelijkse nieuwsbrief Infectieziekten die Sciensano coördineert in samenwerking met het Departement Zorg, Vivalis en het AVIQ werden updates over mazelen uitgestuurd in januari, maart, mei, juli en september 2024. Ook in 2025 bevatte die nieuwsbrief in zowel januari als februari al cijfers en updates over mazelen. Bovendien organiseerde Sciensano van maart tot en met september 2024 maandelijks vergaderingen met de verschillende gezondheidsautoriteiten en werd het onderwerp besproken binnen de Risk Management Group (RMG). Voorlopige cijfers werden ook consequent gerapporteerd naar het ECDC en de Wereldgezondheidsorganisatie. Die kunnen via hun respectieve dashboards worden bekeken. Communicatie voor het brede publiek in verband met preventieve acties behoort tot de bevoegdheden van de deelstaten; ik kom daarop dadelijk nog even terug. In antwoord op uw derde vraag lijkt het me een goed idee om een mazelendashboard in te voeren. De dienst Epidemiologie van Sciensano werkt momenteel aan een publiek toegankelijk dashboard voor cijfers van infectieziekten. Daar zullen ook de maandelijkse cijfers worden weergegeven van het aantal door laboratorium bevestigde gevallen van mazelen. Uw vierde vraag betreft mijn beoordeling van de huidige vaccinatiegraad met betrekking tot mazelen. Net als in veel Europese landen ligt de vaccinatiegraad in België jammer genoeg nog te laag om groepsimmuniteit te behalen. Ook betreurenswaardig is dat er recente en precieze cijfers ontbreken over de vaccinatiegraad. Het monitoren en verbeteren van de vaccinatiegraad wordt namelijk bemoeilijkt door de sterk gefragmenteerde bevoegdheden tussen de gewesten en de gemeenschappen. In Wallonië is bijvoorbeeld ONE verantwoordelijk voor de vaccinatie van kinderen en AVIQ voor de vaccinatie van volwassenen. In het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontbreken cijfers over de vaccinatiegraad van leerlingen in het Nederlandstalige onderwijs of in de internationale scholen. Er is dus absoluut werk aan de winkel om enige orde te krijgen in de cijfers. Mevrouw Gijbels, u vraagt of wij niet sterkere acties zouden moeten ondernemen op het vlak van preventie, sensibilisering en vaccinatiecampagnes. Het federale niveau volgt de situatie nauwgezet op via onze Risk Management Group, waarin de deelstaten aanwezig zijn. We ondersteunen op die manier ook het overleg daarover via de interministeriële conferentie Volksgezondheid. We zorgen ook voor budgetten, die vandaag voldoende moeten zijn, voor de versterking van de surveillance alsook voor het wetenschappelijk secretariaat van de Vaccinatiecel binnen onze Hoge Gezondheidsraad en het eliminatiecomité binnen Sciensano. Sciensano organiseerde bijvoorbeeld van maart tot en met september 2024 maandelijkse vergaderingen met de verschillende gezondheidsautoriteiten. Mevrouw Gijbels, u hebt zelf opgemerkt dat bij communicatiecampagnes naar het brede publiek en bij preventieacties de verantwoordelijkheid bij de deelstaten ligt. Zij moeten dus het initiatief nemen voor campagnes. Ik voel mij evenwel aangespoord door uw beider vragen en ben wel van mening dat het federale niveau zich niet volledig afzijdig kan houden in de kwestie. Er gebeuren positieve zaken. Er is bijvoorbeeld een mooie campagne die u ook terugvindt op de website van Domus Medica, gelanceerd door Vlaanderen, voor inhaalvaccinatie bij volwassenen. Dat is een goed initiatief. Niettemin zou ik de deelstaten willen aanspreken en vragen hoe we de vaccinatiegraad kunnen verhogen alsook wat het federale niveau eventueel kan doen om dergelijke campagnes te ondersteunen. Er was ook een vraag over de import uit het buitenland. Reizigers worden in principe in het land van herkomst gevaccineerd. Ingeval er contactopsporing nodig is voor gevallen van mazelen, bijvoorbeeld op een internationale vlucht, wordt er informatie uitgewisseld tussen de verschillende landen via het beveiligde EWRSplatform. Voor asielzoekers wordt vaccinatie aangeboden via Fedasil. U had het opnieuw over afvalwatermonitoring, mevrouw Gijbels. We zijn aan het bekijken of de monitoring van het mazelenvirus in afvalwater technisch haalbaar is en of het epidemiologisch een toegevoegde waarde heeft. Wat het technische aspect betreft, wordt er op dit ogenblik een protocol ontwikkeld om bewaarde stalen van 2024 te testen. We zullen de resultaten nadien vergelijken met informatie uit de reeds beschikbare bronnen. Ze zullen besproken worden met de verschillende stakeholders, en daarna zal nagedacht worden over verdere stappen. U hoort het, surveillance van rioolwater is op dit moment eerder een onderzoeksproject als het gaat om mazelen. We voeren nog niet wekelijks een geografisch representatieve testing uit. Het grootste probleem inzake mazelen is eerder een te lage vaccinatiegraad dan een gebrek aan surveillance. Anders dan bij RSV of bij polio, zullen mensen die geïnfecteerd zijn met mazelen bijna altijd een arts consulteren wegens de hoge koorts en het ziektebeeld. In principe horen wij dat dus wel. De arts is ook wettelijk verplicht mazelen te melden. We kunnen redelijk zeker zijn dat de surveillance wat betreft mazelen via die meldingen van artsen vlot verloopt. Dat is de reden waarom het Comité voor de Eliminatie van Mazelen en Rubella in België voor mazelen terughoudend is inzake de surveillance van afvalwater. Heeft die nog een grote epidemiologische meerwaarde? Men is dat grondig aan het bekijken.
Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoor een aantal interessante elementen in uw antwoord. Ik ben er eigenlijk ook blij mee dat u zelf ook aangeeft dat het een goed idee is om een dashboard te maken, zodat we een soort realtime overzicht hebben van besmettingen van mazelen. Sciensano is uiteindelijk het nationaal referentiecentrum voor mazelen en zou aldus niet alleen epidemiologische rapporten moeten opleveren maar ook een continu overzicht moeten bieden van het aantal uitbraken, zeker gezien het grote aantal uitbraken in dit land en de ernst van de problematiek. Wat betreft de vaccinatiegraad, geeft u aan dat de gegevens heel erg gefragmenteerd zijn. We weten dat we voor het voeren van gezondheidsbeleid in een niet zo gemakkelijk land wonen, maar misschien moet op een interministerieel overleg toch eens besproken worden of op een of andere manier een coherentere gegevensverzameling mogelijk is. Volgens mij is dat essentiële informatie om het beleid te kunnen sturen. Wat betreft de afvalwatermonitoring, volg ik u als u zegt dat we in de meeste gevallen wel een beeld krijgen, aangezien het ernstige ziektebeeld er inderdaad voor zorgt dat men naar de huisarts gaat. Ik vind het echter ook interessant om evenzeer een retrograde testing uit te voeren op een aantal bewaarde stalen, om die te vergelijken met het aantal gemelde gevallen, zodat we kunnen zien of dat al dan niet een goede match is. Als dat het geval is, dan denk ik dat afvalwatermonitoring niet zo erg aan de orde is. Dat zal ik graag mee opvolgen.
Bekijk het fragment: https://media.dekamer.be/meeting/56-018134-U0566/fragment/qBLtGbOu3VGoDlNOECVwC2yZPk02YQLEaj98K-jZQ9bzwYxk2M2E9Ik7rhqCvm22QegaaaG1llQeqD6xSgB_GgszvtkKdc35f9PqftFOa8zmCwiKU31CNtdFB-KRIZGc
