
Kamerlid

Sociale fraude in tandartspraktijken
Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, op dinsdag 13 februari werden in Brussel drie tandartspraktijken en twee privéwoningen doorzocht in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar sociale fraude, witwaspraktijken, zwartwerk en mensenhandel. Naast de geschatte schade aan de sociale zekerheid, die meer dan 600.000 euro zou bedragen, is er sprake van uitbuiting van personeel, waarbij werknemers zonder arbeidscontract zouden zijn ingezet. Deze zaak roept vragen op over het toezicht op tandartspraktijken in België en toont de noodzaak aan van een strenge handhaving binnen de zorgsector en meer bepaald binnen de tandheelkunde. Om een beter inzicht te krijgen in de controlemechanismen en de beleidsmaatregelen die hierop volgen, stel ik u graag enkele vragen. Hoeveel tandartsen zijn er momenteel actief in België met een visum, maar zonder RIZIVnummer? Kan deze fraudezaak onder deze problematiek worden gesitueerd? Hoeveel RIZIVnummers werden in 2024 ingetrokken wegens sociale fraude? Zou u hierbij ook een overzicht kunnen geven van de geografische spreiding? Overweegt u om een strenger regelgevend kader in te voeren voor tandartsen die een visum hebben, maar geen RIZIV-nummer? Op welke manier wordt er momenteel gecontroleerd of tandartsen zich bezighouden met frauduleuze praktijken? Worden deze controles aangescherpt naar aanleiding van deze recente zaak? De federale regering heeft de ambitie om de strijd tegen sociale fraude en witwaspraktijken op te voeren. Hoe vertaalt zich dit concreet naar de gezondheidszorg en meer specifiek naar de tandheelkundige sector? Wordt er binnen de voorziene aanwerving van 300 extra inspecteurs voor de strijd tegen sociale fraude specifiek voorzien in extra capaciteit voor de opsporing van fraude binnen de zorgsector?
Minister Frank Vandenbroucke: Eind maart 2025 telde het register van gezondheidswerkers 14.794 werkgerechtigde tandartsen, waarvan er 1.463 geen RIZIV-nummer hebben, wat neerkomt op 9,9 %. Dit cijfer omvat alle in België afgestudeerde tandartsen. Indien we dit beperken tot de in België gedomicilieerde beroepsbeoefenaars onder de 70 jaar, dan zijn er 10.012 werkende tandartsen, waarvan er 185 geen RIZIV-nummer hebben, wat neerkomt op 1,8 %. U verwijst in uw vraag naar een dossier in Brussel. Dat specifieke dossier betreft een lopend onderzoek, in samenwerking met het arbeidsauditoraat. Gelet op het geheim van het onderzoek kan daarover niet gecommuniceerd worden. Dan kom ik bij uw tweede vraag. Momenteel bestaat er geen wettelijk kader om een RIZIVnummer in te trekken. Het intrekken van een visum is alleen mogelijk als de tandarts fysiek of psychisch niet geschikt is om de tandheelkunde uit te oefenen, als de tandarts niet aan de kwaliteitscriteria voldoet of als zijn praktijken een gevaar vormen voor de patiënten. Naast het beroepsverbod, dat door een rechter wordt uitgesproken, bestaat er momenteel geen wettelijk kader om het RIZIV-nummer van een tandarts in te trekken. In het Actieplan handhaving in de gezondheidszorg 2024-2026 van de antifraudecommissie van het RIZIV willen we wel werk maken van de mogelijkheid tot intrekken van het RIZIV-nummer. Daarvoor is wetgeving nodig en ik zal met een wetsontwerp komen. Het regeerakkoord legt immers heel sterk de nadruk op handhaving. Dan kom ik bij uw derde vraag. Tandartsen met een visum mogen wel de tandheelkunde uitoefenen. Als de tandarts geen RIZIV-nummer heeft, kan er niet aangerekend worden aan de verplichte ziekteverzekering. Dat is op zich zeer duidelijk in de regelgeving. Er zijn veel fraudeplegers die hun gedrag na een controleonderzoek niet aanpassen of de opgelegde sancties niet naleven. Deze mensen moet structureel verhinderd worden om verder te frauderen. Ik zal daartoe ook de wettelijke aanpassingen die nodig zijn om het handhavingsbeleid te versterken introduceren. De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle zal samen met de Federale Toezichtcommissie bekijken hoe dit het best wordt aangepakt zonder dat de patiënten er nadeel van ondervinden. Daarom is het bijkomend belangrijk dat de verzekerden en de algemene bevolking geïnformeerd worden over de zorgverleners die geschorst of geschrapt zijn of desgevallend niet langer mogen aanrekenen. Dan kom ik bij uw vierde vraag. De DGEC start onderzoeken na externe meldingen of op eigen initiatief, via een systematische risicoanalyse. Uiteraard moet men hier prioriteiten bepalen. Alle middelen alleen op tandzorg richten kan uiteraard niet, maar de recente berichtgeving waarnaar u verwijst, toont net aan dat er actief gecontroleerd wordt, door zowel de parketten en de DGEC als de Toezichtcommissie. Dan kom ik aan bij vijfde vraag. In het Actieplan handhaving in de gezondheidszorg 2024-2026 bundelen de verschillende directies van het RIZIV en de FOD Volksgezondheid, met name de Federale Toezichtcommissie, samen met de verzekeringsinstellingen, het Nationaal Intermutualistisch College en het IMA hun middelen om de naleving van de regelgeving te versterken via preventie, via analyse en detectie en via gerichte actie. Ik herhaal dat wij bij de vorming van de regering overeengekomen zijn om daar een absolute prioriteit van te maken. In de komende maanden zullen we dan ook werken aan een omvattende strategie rond fraude en doelmatigheid. Dat is natuurlijk een breed continuüm, maar ik denk dat we dat continuüm zo moeten bekijken. De uitvoering van dat Actieplan 2024-2026, dat al deze instanties samen op punt hebben gesteld, hoort daarbij, maar daarnaast willen we ook onze instrumenten van handhaving versterken. Zoals gezegd, op dat punt wil ik echt wel snel wetgeving voorleggen. Nu kom ik tot uw laatste vraag. Het regeerakkoord voorziet dat er 300 personeelsleden aangeworven zullen worden voor fiscalefraudebestrijding, met name bij de BBI, de socialefraudebestrijding, de gerechtelijke politie en justitie. Dat contingent is nog niet verdeeld tussen de verschillende diensten. Bij de verdeling van het contingent voor de strijd tegen sociale fraude zal ik erover waken dat het RIZIV versterkt wordt, om fraude in de zorgsector beter aan te pakken.
Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik vind het altijd spijtig als ik zulke verhalen lees, want ik vind tandarts een heel mooi beroep, maar dat dient natuurlijk met de nodige ernst en beroepsfierheid te worden uitgeoefend. Aan die beroepsbeoefenaars mogen we ook hoge eisen stellen. Het is natuurlijk een goede zaak dat dergelijke frauduleuze praktijken worden opgespoord, maar als ze aan het licht komen, plaatst dat de hele beroepsgroep in een slecht daglicht. Ik hoop daarom dat er goed en flink tegen wordt opgetreden, want in de genoemde situatie is het een zaak van zware fraude, van echte oplichting en ook van misbruik van vertrouwen van burgers. Van onze kant hebt u alle steun om daar hard tegen op te treden. De vraag die ik stelde over het aantal tandartsen met visum maar zonder RIZIV-nummer, stelde ik ook omdat ik daarover eerder al vragen had gesteld. Uit de antwoorden leid ik af dat er de jongste jaren relatief meer tandartsen werkzaam zijn die wel een visum hebben, maar geen RIZIVnummer. Aangezien die tandartsen geen behandelingen kunnen aanrekenen aan het ziekenfonds, vraag ik me af welke behandelingen zij uitvoeren. Ik pleit dan ook voor extra waakzaamheid op dat vlak.
